Yield betekent letterlijk opbrengst. In de beleggingswereld is dat rendement, maar in Lean Six Sigma gaat het om iets anders: welk deel van wat een proces maakt, is goed? Er zijn drie varianten, en het verschil ertussen laat zien hoeveel werk er verborgen zit in herstellen. Daarnaast vertelt de Z-score hoe voorspelbaar een proces aan de eisen voldoet.
Yield
De gewone yield, ook wel eindyield, is het deel van de producten of diensten dat aan het eind van het proces goed is: het voldoet aan wat de klant wil. Die klant kan een eindgebruiker zijn, maar ook een collega verderop in het proces.
Yield = aantal goede eenheden / totaal aantal eenheden
Een yield van 85% betekent dat van de 100 geleverde producten of diensten er 85 in orde waren. Yield en foutpercentage zijn elkaars aanvulling: samen 100%.
First Time Yield
De eindyield vertelt niet hoe een eenheid goed is geworden. Misschien was hij in één keer goed, misschien is hij drie keer teruggestuurd. De First Time Yield (FTY, ook First Pass Yield) kijkt daarom per processtap naar het deel dat in één keer goed is, zonder herstel of herhaling.
Een voorbeeld: van 100 aanvragen zijn er 90 in één keer goed, en 10 worden teruggestuurd en hersteld. Aan het eind zijn alle 100 goed: een eindyield van 100%. Maar de First Time Yield is 90%. Het verschil is het herstelwerk, dat in de eindyield onzichtbaar blijft. Lees ook First Time Right.
Rolled Throughput Yield
Bestaat een proces uit meerdere stappen, dan vermenigvuldig je de First Time Yields van alle stappen. Dat is de Rolled Throughput Yield (RTY): de kans dat een eenheid in één keer goed door het hele proces komt.
Rolled Throughput Yield = FTY stap 1 × FTY stap 2 × FTY stap 3 × …
Heeft een proces drie stappen met een First Time Yield van 90%, 90% en 80%, dan is de RTY 0,9 × 0,9 × 0,8 = 64,8%, zoals je in de afbeelding bovenaan dit artikel ziet. Elke stap afzonderlijk lijkt redelijk, maar maar 65 van de 100 eenheden gaan in één keer goed door het hele proces. De rest wordt ergens hersteld.
Al dat herstelwerk heet de verborgen fabriek (hidden factory): een tweede organisatie binnen de organisatie, die bezig is met het rechtzetten van fouten. Ze kost tijd, geld en capaciteit, en ze maakt de doorlooptijd langer. Zij komt ook terug in de verspillingen van TIM WOODT, als de D van defecten.
Waar gebruik je het?
- Dienstverlening: hoeveel klantvragen, aanvragen of storingen worden in één keer goed afgehandeld, zonder terugbellen, aanvullen of opnieuw openen?
- Productie: hoeveel producten komen zonder herstel door elke stap van de lijn? De stap met de laagste FTY is vaak een goede plek om te beginnen met verbeteren.
- Leveranciers: welk deel van wat een leverancier aanlevert, is in één keer bruikbaar?

De Z-score
Yield telt wat er misging. De Z-score kijkt vooruit: hoe groot is de kans dat het proces aan de eisen voldoet? Hij zegt hoeveel standaarddeviaties er passen tussen het gemiddelde van het proces en de specificatiegrens, de grens die de klant stelt.
Z = (specificatiegrens – gemiddelde) / standaarddeviatie
Stel, de klant wil zijn offerte binnen 10 dagen, het gemiddelde is 6 dagen en de standaarddeviatie 2 dagen. Dan is Z = (10 – 6) / 2 = 2. Met een normale verdeling zoek je in een Z-tabel op welk deel daarbinnen valt: 97,7%. Ongeveer 2,3% van de offertes komt te laat.
Hoe hoger de Z-score, hoe kleiner de staart buiten de grens, en hoe voorspelbaarder het proces aan de eisen voldoet. Dat kan op twee manieren: het gemiddelde verder van de grens af leggen, of de spreiding verkleinen. Six Sigma richt zich vooral op dat laatste.
Z-score en sigmaniveau
De Z-score wordt in Six Sigma vaak het sigmaniveau genoemd. Daarbij hoort één kanttekening. Op korte termijn presteert een proces meestal beter dan op lange termijn, omdat het gemiddelde in de loop van de tijd wat verschuift. Six Sigma rekent daarom met een verschuiving van 1,5. Een proces van “zes sigma” op korte termijn heeft op lange termijn een Z van 4,5, en dat komt neer op 3,4 fouten per miljoen kansen.
Verwant aan de Z-score is de Cpk, die hetzelfde uitdrukt in een andere eenheid: Cpk is de kleinste Z, gedeeld door 3.
Waarom is dit belangrijk?
- De verborgen fabriek wordt zichtbaar. Een hoge eindyield kan veel herstelwerk verbergen; RTY laat zien hoeveel.
- Je weet waar je moet beginnen. De stap met de laagste First Time Yield drukt het hele proces het meest.
- Je kunt voorspellen. Met de Z-score weet je niet alleen hoe het ging, maar ook hoe het zal gaan.
- Fouten kosten geld. Een hogere yield betekent minder herstel, kortere doorlooptijden en tevredener klanten.
In de Green Belt-training leer je yield en de Z-score berekenen, in een grafiek zetten en gebruiken om anderen te overtuigen dat een proces beter moet.
