Een cirkeldiagram, ook taartdiagram genoemd, laat zien hoe een geheel is verdeeld over delen. Elke categorie krijgt een taartpunt, en hoe groter het aandeel, hoe groter de punt. Het is een van de bekendste grafieken, maar ook een van de meest misbruikte. In dit artikel lees je wanneer een cirkeldiagram werkt, wanneer je beter iets anders kunt kiezen, en hoe je er zelf een maakt.
Waar komt het vandaan?
Het oudste bekende cirkeldiagram staat in de Statistical Breviary uit 1801 van de Schotse ingenieur en econoom William Playfair, dezelfde die eerder het staafdiagram en de lijngrafiek bedacht. Leuk weetje: in Frankrijk heet een cirkeldiagram een camembert, naar de ronde kaas in punten.
Wanneer gebruik je een cirkeldiagram?
Een cirkeldiagram werkt voor categorieën die samen een geheel vormen, zoals de verdeling van zetels over partijen, van omzet over productgroepen of van uitgaven over posten. De categorieën moeten elkaar uitsluiten en samen optellen tot 100%. Het werkt het best met weinig categorieën, hooguit vijf of zes, en met duidelijke verschillen ertussen.
Een cirkeldiagram maken: een voorbeeld
Stel, ik speel vaak Mens-erger-je-niet en houd bij welke kleur wint. Na 18 potjes heeft blauw 7 keer gewonnen, groen 5 keer, geel 4 keer en rood 2 keer. Zo maak je daar een cirkeldiagram van, zoals je in de afbeelding bovenaan dit artikel ziet:
- Bereken het aandeel per categorie. Blauw won 7 van de 18 keer: 7 / 18 = 0,39, oftewel 39%. Groen 28%, geel 22% en rood 11%. Samen is dat 100%.
- Reken het aandeel om naar graden. Een cirkel heeft 360 graden. Blauw krijgt 7/18 × 360 = 140 graden, groen 100, geel 80 en rood 40 graden. Samen weer 360.
- Teken de punten. Teken een cirkel en een lijn van het midden recht omhoog. Zet vanaf die lijn met een geodriehoek de hoeken achter elkaar uit, met de klok mee, beginnend bij de grootste categorie.
In de praktijk doet Excel of een ander programma dit voor je, maar het laat goed zien wat een cirkeldiagram eigenlijk is: een verdeling van 360 graden.
Voordelen
- Deel van het geheel: in één oogopslag zie je dat iets ongeveer de helft of een kwart is.
- Begrijpelijk voor iedereen: ook mensen zonder ervaring met data lezen een cirkeldiagram moeiteloos.
- Geschikt voor percentages: zoals marktaandelen of de uitslag van een enquête met een paar antwoordopties.
Nadelen
- Kleine verschillen zijn moeilijk te zien. Mensen kunnen hoeken en oppervlakken slecht vergelijken. Liggen de aandelen dicht bij elkaar, dan is het verschil in een cirkel nauwelijks te zien, zoals je hieronder ziet.
- Te veel categorieën. Met tien of meer punten wordt het een onleesbare taart.
- Exacte waarden aflezen lukt niet. Daarvoor moet je er alsnog de percentages bij zetten.
- 3D vertekent. In een driedimensionaal cirkeldiagram lijken de punten vooraan groter dan ze zijn. Gebruik het nooit.

Cirkeldiagram of staafdiagram?
De afbeelding hierboven laat dezelfde data twee keer zien: de omzet van vijf producten, van 24% tot 16%. In het cirkeldiagram is nauwelijks te zien welk product het grootst is. In het staafdiagram zie je het meteen, omdat mensen lengtes veel beter vergelijken dan hoeken.
De vuistregel: wil je laten zien welk deel van het geheel iets is, en zijn er weinig categorieën met duidelijke verschillen, dan werkt een cirkeldiagram. Wil je categorieën met elkaar vergelijken, kies dan een staafdiagram. Wil je weten welke categorieën samen het grootste deel van de problemen veroorzaken, gebruik dan een Pareto-diagram. En voor continue data, zoals doorlooptijden, is een histogram de juiste keuze.
Bekende voorbeelden
Cirkeldiagrammen zie je vaak bij verkiezingen, voor de verdeling van stemmen of zetels, en in jaarverslagen, voor de verdeling van omzet of kosten. Ook voor je eigen geldzaken kunnen ze handig zijn, bijvoorbeeld om te zien waar je maandbudget naartoe gaat. Maar bedenk dat een cirkeldiagram vooral een indruk geeft. Voor een echte analyse heb je de onderliggende cijfers nodig.
Conclusie
Een cirkeldiagram is een eenvoudig en krachtig middel om te laten zien hoe een geheel is verdeeld, mits er weinig categorieën zijn en de verschillen duidelijk. Bij veel categorieën of kleine verschillen raden we in onze Green Belt– en Black Belt-opleiding een staafdiagram aan. Daar leer je ook welke grafiek bij welke vraag en welk soort data past.
