Een Design Sprint is een aanpak van vijf dagen om een vraagstuk op te lossen en de oplossing meteen te testen bij klanten. Een klein team werkt een week lang alleen aan dat ene vraagstuk, bouwt een prototype en laat het op vrijdag uitproberen. Zo weet je of een idee werkt, nog voordat je er veel tijd en geld in hebt gestoken.
Waar komt het vandaan?
De Design Sprint werd rond 2010 ontwikkeld door Jake Knapp bij Google, en daarna verder uitgewerkt bij Google Ventures, waar hij werd gebruikt met tientallen start-ups. In 2016 beschreven Knapp, John Zeratsky en Braden Kowitz de aanpak in hun boek Sprint. Sindsdien gebruiken organisaties van allerlei soorten hem, niet alleen voor apps en websites, maar ook voor diensten, processen en campagnes.
De vijf dagen
Elke dag heeft een vast doel, zoals je in de afbeelding bovenaan dit artikel ziet:
- Maandag, in kaart brengen: het team bepaalt het doel op lange termijn, brengt de klantreis in kaart, spreekt experts en kiest het punt waarop de sprint zich richt.
- Dinsdag, schetsen: iedereen zoekt inspiratie en schetst daarna eerst zelf, in stilte, een oplossing. Zo komen er meer en betere ideeën dan in een gewone brainstorm.
- Woensdag, kiezen: het team bekijkt de schetsen, stemt met stickers, en de beslisser kiest. Daarna maakt het team een storyboard voor het prototype.
- Donderdag, prototype: het team bouwt een realistische voorkant, net echt genoeg om klanten te laten reageren. Geen werkend product, maar een overtuigende façade.
- Vrijdag, testen: vijf klanten uit de doelgroep proberen het prototype in een-op-een-gesprekken, terwijl de rest van het team meekijkt. Vijf blijkt genoeg: daarna komen vooral dezelfde reacties terug.
Na vrijdag weet je wat werkt en wat niet. Soms is de uitkomst een duidelijke ja, soms een duidelijk nee. Allebei schelen ze maanden werk.
Wat heb je nodig?
Een Design Sprint vraagt een team dat een week vrijgemaakt wordt, met een paar vaste rollen.
In de Scrum Master training oefen je hiermee met situaties uit je eigen team.

- Een beslisser: iemand die mag kiezen, vaak de opdrachtgever. Zonder beslisser blijft de keuze op woensdag hangen.
- Een facilitator: bewaakt de tijd en de aanpak, en doet zelf niet inhoudelijk mee.
- Een team van vijf tot zeven mensen met alle kennis die nodig is: van de klant, de techniek, marketing en de uitvoering.
- Een volle week in ieders agenda. Het team werkt alleen aan de sprint. Een goede tip: telefoons en laptops blijven buiten de ruimte, behalve voor het prototype.
- Eén ruimte met whiteboards, stiften en post-its.
Design Sprint en Design Thinking
De Design Sprint lijkt op Design Thinking, met de fasen inleven, definiëren, ideeën bedenken, prototype maken en testen. Het verschil: Design Thinking is een brede denkwijze met talloze technieken, die ook helpt om uit te zoeken welk probleem je eigenlijk moet oplossen. De Design Sprint is een vast stappenplan met vaste technieken, en gaat uit van een probleem dat al helder is.
Daar gaat het ook vaak mis: teams die een Design Sprint gebruiken om te bepalen welk probleem ze gaan oplossen. Begin dus met een scherp omschreven vraagstuk.
Waarom het werkt
- De gebruiker staat centraal. De hele week is gericht op de klant, en op vrijdag krijg je direct zijn reactie.
- Alle perspectieven aan tafel. Iedereen die nodig is, zit een week samen. Dat doorbreekt het werken in losse afdelingen.
- Focus. Vijf dagen dwingt het team om keuzes te maken en tot iets concreets te komen.
- Snel leren. Je ontdekt in een week of een idee werkt, in plaats van na maanden ontwikkelen.
Andere manieren om creatief naar een probleem te kijken zijn SCAMPER en de zes denkhoeden.
