De Sprint Retrospective is het moment waarop een Scrum Team terugkijkt op hoe het gewerkt heeft, en besluit wat het de volgende keer beter doet. Het is het laatste event van de Sprint, na de Sprint Review en voor de volgende Sprint Planning. Waar de Review gaat over wát het team gemaakt heeft, gaat de Retrospective over hóé.
Wat is een Sprint Retrospective?
In Scrum werkt een team in Sprints van hooguit een maand. Elke Sprint kent vier events, zoals je in de afbeelding bovenaan dit artikel ziet: de Sprint Planning, de dagelijkse Daily Scrum, de Sprint Review en als laatste de Sprint Retrospective. Volgens de Scrum Guide is het doel van de Retrospective om manieren te bedenken om de kwaliteit en de effectiviteit te verhogen.
Het team kijkt daarbij naar de mensen, de samenwerking, de werkwijze, de hulpmiddelen en de Definition of Done: de afspraak over wanneer werk echt af is. De vragen zijn eenvoudig:
- Wat ging goed?
- Wat ging minder goed, of kan beter?
- Wat gaan we veranderen?
De Retrospective duurt maximaal drie uur bij een Sprint van een maand, en korter bij kortere Sprints. Bij een Sprint van twee weken is anderhalf uur gebruikelijk.
Wie doen er mee?
Het hele Scrum Team: de Developers, de Product Owner en de Scrum Master. De Scrum Master zorgt dat de Retrospective plaatsvindt en dat iedereen het doel begrijpt, en begeleidt het gesprek vaak. Maar de Scrum Master is ook gewoon lid van het team, en dus ook onderwerp van het gesprek. De Retrospective is van het team, niet van de Scrum Master.
Het moet een veilige plek zijn. Veel teams beginnen met de zogenaamde Prime Directive van Norm Kerth, die er in het kort op neerkomt dat iedereen deed wat hij kon met wat hij op dat moment wist. Het gaat om het verbeteren van het werk, niet om het aanwijzen van schuldigen.
Een Retrospective in vijf stappen
Esther Derby en Diana Larsen beschreven in Agile Retrospectives (2006) een opbouw in vijf stappen die veel teams gebruiken. Die zie je hieronder.

- Openen. Benoem het doel en laat iedereen in het begin iets zeggen. Wie in de eerste minuten iets zegt, praat later ook mee.
- Gegevens verzamelen. Wat is er gebeurd? Haal feiten op: cijfers, opvallende momenten, wat werd af en wat niet.
- Inzichten. Waarom ging het zo? Zoek naar patronen en oorzaken, bijvoorbeeld met de vraag “waarom” een paar keer achter elkaar.
- Besluiten. Kies één of twee verbeteringen, niet tien. Maak ze concreet en geef ze een eigenaar.
- Afsluiten. Vat samen wat het team meeneemt, en vraag hoe de Retrospective zelf beviel.
Wissel ook af in werkvorm, zodat het gesprek niet slijt. Bekende vormen zijn Start, Stop, Doorgaan (waar beginnen we mee, waar stoppen we mee, wat houden we vast?) en de Zeilboot (wat geeft ons wind in de zeilen, wat houdt ons tegen als een anker, welke rotsen liggen er voor ons?).
Na de Retrospective
Een Retrospective zonder opvolging is een praatje. De belangrijkste verbeteringen pakt het team zo snel mogelijk op; ze kunnen ook op de Sprint Backlog van de volgende Sprint komen, zodat ze niet tussen het andere werk verdwijnen. Begin de volgende Retrospective met de vraag of de vorige verbeteringen gewerkt hebben.
Verbeteren kan natuurlijk altijd, ook midden in een Sprint. Maar de Retrospective zorgt dat er in elke Sprint een vast moment is om er bewust bij stil te staan. Dat is dezelfde gedachte als Kaizen en de PDCA-cyclus uit Lean: elke keer een beetje beter.
Waar het vaak misgaat
- Elke keer hetzelfde. Dezelfde vragen in dezelfde vorm leveren na een paar keer dezelfde antwoorden op.
- Te veel actiepunten. Tien verbeteringen worden er nul. Kies er één of twee.
- Geen veiligheid. Als mensen niet durven te zeggen wat er speelt, blijft het bij de oppervlakte.
- Overslaan als het druk is. Juist dan is terugkijken het meest nodig.
Wil je leren hoe je een goede Retrospective begeleidt? Bekijk de Scrum Master-training of onze andere Agile-trainingen.
